Een beoordeling van slotenmaker Roeselare

Op de verdere wandeling aan een Oude Langendijk vindt het oog een ledig staande brouwerij, welke weleer werd gedreven via toentertijd zaligen Joost Gerritsz over Ylen; een van een heleboel, welke sedert 1600 werden verlaten ofwel uitgebroken, waarover Bleyswijck schrijft.

Ook werd welke lichaamsoefening op het ijs gepraktiseerd, zo mits blijkt uit ons kopergravure aangaande Le Bassist, tot een schilderij aangaande Met der Neer, met dit onderschrift “Divertissement d'hyver sur la rivière de Schie, pres la ville een Delft”. Ook de vergaderplaatsen der gilden werden, naar een stok, waarmede gespeeld werden, kolven genoemd.

betreffende zooveel overige ondernemers, hier te lande tot ons dode industrie. Met een zuidzijde aangaande een Markt, te beginnen vanaf een Andere Kerk, woonde in het 1e woonhuis opnieuw ons spinnewielmaker. In het volgende woonde de ‘Schrijver in een Haagpoort’, die aantekening hield met alang een vreemdelingen, die de plaats binnenkwamen, net wanneer zijn collega's in de overige stadspoorten,.

Gedeeltelijk tot woonhuis ingericht, had mr. Philips Davijn er zijn aardse tabernakel in opgeslagen. Wie hij was, mag je niet zeggen, maar zeker een deftig Heer, die er tijdelijk verbleef en voor zijne huishouding vier haardsteden behoefde.

In ‘de nieuwe buyert (buurt) in t Rietveld’ was een zekere Servaes Boesman gevestigd in een woonhuis betreffende een haardstede.

Met de zuidzijde over de Andere Langedijk, van een stadswal gerekend, stond een woonhuis van mr. Johan Schrevel ('de schrale' ofwel magere.), die 8 November 1593 tot pestmeester was benoemd ofwel ‘aenghenomen’, blijkens een aantekening in het 2e Memoriael van Burgemeesteren.

Om ons zoveel voorbeelden te noemen: in dit woonhuis betreffende ‘Juffrouwe Maria betreffende der Strijp’, in dezelfde buurt, waren vóór 1600 ook niet minder dan dertien haardsteden aanwezig. Bij de ommegang der Commissarissen wegens 't werk van 't haardstedengeld, werden via een dienstboden over welke juffrouw verklaard, dat de woonhuis over hoofdhaar meesteresse tien haardsteden bevatte. Evenzo werden een haardsteden betreffende het woonhuis, waarin Pieter Pietersz met Varich voor bekijk hier zijn tante het brouwersbedrijf uitoefende, aangaande elf op negen gebracht.

Je denk alleen weet aan het geweldige Kathe Krusemuseum wat voor een Den Helder verloren is gegaan. De Duitsers zijn daar behoorlijk gelukkig mee. Je hoeft niet betreffende moderne kunst -en over een poppenmuseum- te behouden om in het betekenis van Den Helder indien gemeente ervoor te zorgen het deze cultuur-uitingen behouden blijven. Zoals via mijzelf alang zo dikwijls kan zijn opgemerkt geraken de beschikbare gelden ook niet altijd op een passende manier uitgegeven. Je denk hierbij met een totaal onnodige verplaatsing van een schouwburg. Voor heel wat en veel minder had dit cultuurpaleis vanwege het centrum behouden horen te blijven. Teneinde een woorden met prof.Cor Molenaar, gericht met mijzelf persoonlijk in een telefoongesprek: U hebt mij toch immers beluisteren zeggen het cultuur in een binnenstad dien blijven!!! Nu de schouwburg uit dit centrum is weggehaald is dit ons aanleiding te verdere: Dit ROB SCHOLTE MUSEUM TE OMARMEN HETGEEN Wegens DE BINNENSTAD EEN Mooie OPSTEKER Gaat Bestaan!!!

De ‘plumassier', of vederman zorgde voor een veren op de hoeden der heeren, zowel in krijgsdos als in burgergewaad. Een ‘passementswerker’ was persoon die versierde banden, omzomingen en randen aan kledingstukken, hoeden ofwel meubelbekledingen vormt.

Een eerstgenoemde kleermaker woonde slechts in ons huurhuis betreffende een paar haardsteden, terwijl het snijdertje het volgt, een deel van dit huis betreffende kuiper Joris Dircx huurde, bij iemand die verder timmerman Jan Aertsz. alsnog inwoonde.

Beantwoorden Verder alang woon ik al geruime tijd niet verdere in Den Helder, het is nog aldoor een regio welke behoefte heeft met ons museum indien dat van Rob Scholte. Een gehele gemeenteraad zou een dergelijke initiatief enthousiast dienen te omarmen.

Ook was er een nederige appartement betreffende ‘poppemaeker’ Pouwels Phillipsz. Ons handwerk, dat zijn toppunt betreffende volmaaktheid voor onze Franse naburen heeft bereikt, daar waar ook poppen betreffende 1000 franc het stuk vervaardigd worden, behoort onderwijl (1882),

Verder daar waren vele brouwerijen te ontdekken. Op een enkele uitzondering na, werkten ze allen met twee ketels en een paar eesten, zowel voor eigen gebruik ingeval vanwege de dorstige stadgenoot, de talrijke biertappers en allen in en buiten de Republiek welke het daar gebrouwen ‘oud Delfsch’, ‘Moselaer’, ‘Israël’ of ‘Pharao’ op prijs stelden. In dit register vind ik [van de 3 Akerstraat tot dit noorden lopend]

In 1600 was het woonhuis op een hoek over een Voldersgracht en Appelmarkt reeds bekend onder de titel ‘Inden Brill’ ofwel ‘Inden Vergulden brill’. Vermoedelijk was de kwartiermeester Dirck Jansz., die er destijds woonde, goudsmid, tinnegieter, ofwel wellicht brandewijnman, want uitgezonderd vier haardsteden gaf hij verder een ‘forneys’ met.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *